Vorige week was de zitting van de zaak betreffende de bestorming van de Syrische ambassade in Brusel door een groepje Koerden die daarmee tegen de moord op Sheikh Al-Khaznawi wilden protesteren.
Op deze zitting werd een verdedigingstekst voorgelezen namens de beklaagden. Deze tekst wordt hieronder weergegeven.



Mevrouw de voorzitter,
Geachte rechters en advocaten,
Beste aanwezigen,


Wij zien in deze dag veel tekenen van ironie van het lot. En misschien zal u zich afvragen waarom. Staat u ons toe om dit even in het kort toe te lichten.

In 1963 kwam in Syrië via een gewelddadige militaire staatsgreep de extreem-nationalistische Arabische Baath-partij aan de macht. De noodwet die sindsdien geldt in het land, stelde de Baath-partij in staat om één van de meest gruwelijke dictaturen ter wereld te stichten. Een dictatuur waarin de Baath-partij absolute alleenheerschappij uitoefent en haar veiligheids-diensten de handen vrij hebben om het land fundamenteel te beheersen en te manipuleren.

Sindsdien gaat Syrië door een duister en uitzichtloos tijdperk dat tot de dag van vandaag voortduurt. En ongeveer een halve eeuw later, is het Baath-regime er op waanzinnige wijze in geslaagd om Syrië, een land dat barst van de historische en natuurlijke rijkdommen, te reduceren tot louter een puinhoop, tot een land dat noch met zichzelf noch met zijn omgeving kan samenleven.

Corruptie, fraude en diefstal zijn in Syrië anno 2010 diepgewortelde en wijdverspreide praktijken geworden binnen de verschillende organen en structuren van het land, te beginnen bij de lagere klassen en te eindigen bij de president en diens entourage. Het verwondert ons daarom niet dat de meerderheid der Syrische burgers vandaag onder de armoedegrens leeft. De cultuur van angst regeert in het land: elk teken van onvrede jegens het Baath-bewind of elke vorm van kritiek op het regime lijkt voldoende om opgepakt en gemarteld te worden. En wie niet is opgepakt of vermoord, is op de vlucht geslagen.

In Syrië maken drie miljoen Koerden ongeveer 12% uit van de totale bevolking. Ze hebben het nog veel harder te verduren van het Baath-bewind, vanwege de bijkomende etnische en culturele discriminatie en onderdrukking. Om te beginnen wordt het bestaan van Koerden in het land nog steeds ontkend. De door het Baath-regime opgestelde grondwet verklaart immers dat alle Syrische burgers etnisch Arabieren zijn; een gegeven dat eveneens in de officiële naam van het land werd vertaald.

Elke uiting van de Koerdische identiteit is strikt verboden bij wet. Zo worden kinderen met Koerdische namen niet ingeschreven bij de burgerlijke stand; worden Koerdische namen van plaatsen, dorpen en steden vervangen door Arabische; is het niet mogelijk een bedrijf op te richten met een Koerdische naam; zijn Koerdische privé-scholen niet toegestaan en zijn boeken en andere in het Koerdisch geschreven materialen verboden.

Het Baath-regime heeft geen enkele maatregel of plan gespaard tegen de Koerdische bevolking in Syrië. Niets leek het te ver gegaan. In 1962 verklaarde de toenmalige Syrische overheid dat tientallen duizenden Koerden geen Syrische staatsburgers waren. Met de komst van de Baath-partij werd eveneens van Koerdische activisten hun staatsburgerschap ontnomen. Men schat tegenwoordig het aantal Koerdische sans-papiers, officieel vreemdelingen genoemd in eigen land, op 300000 mensen, die, tegen de internationale wetgeving in, het Syrische staatsburgerschap worden ontzegd. Deze Koerden, die geen andere nationaliteit hebben dan de Syrische, zitten letterlijk vast in Syrië: ze worden niet alleen gediscrimineerd in hun geboorteland, maar ze hebben ook niet de optie om te emigreren omdat ze geen paspoorten of andere internationaal erkende reisdocumenten bezitten. Het is hun niet toegestaan om land, vastgoed of ondernemingen te bezitten. Ze kunnen niet werken bij overheidsinstanties en staatsbedrijven, en ze kunnen niet studeren aan de universiteit. Ze mogen eveneens geen Syrische staatsburgers huwen. Ondanks verschillende beloftes vanwege de Syrische overheid om het probleem op te lossen, gaat de tragedie van de Koerdische sans-papiers onverminderd door.

Ook werd er werk van gemaakt om de demografie van de Koerdische gebieden te veranderen. Door een agressieve arabiseringscampagne te voeren, poogde het Baath-bewind de Koerden uit hun streken te verdrijven. Het hoogtepunt was de uitvoering van het beruchte project van de “Arabische Gordel” in een 15 km brede en 375 km lange strook langs de Turkse en de Iraakse grens. De Koerdische landbouwers konden geen aanspraak meer maken op hun land omdat het genationaliseerd en overgedragen werd aan Arabieren afkomstig uit de Syrische woestijn.


Mevrouw de rechter,

De Koerden in Syrië bieden sinds meer dan een halve eeuw overlevingsweerstand tegen de gruwelijke discriminatie en onderdrukking waarmee ze in hun land geconfronteerd worden. De Koerdische politieke en culturele beweging heeft steeds enkel vreedzame middelen aangewend in haar strijd om meer rechten voor de Koerdische minderheid in het land. Daarentegen zijn duizenden Koerdische activisten slachtoffer geworden van de Syrische veiligheidsdiensten.

Op 12 maart 2004 ontstond een spontane Koerdische burgeropstand tegen de hopeloze situatie van de Syrische Koerden. Hierbij zette het Syrische leger zwaar geschut in tegen ongewapende demonstranten. Meer dan 40 mensen, onder wie enkele kinderen en vrouwen, kwamen hierdoor om het leven. Duizenden onschuldige burgers, onder wie tientallen vrouwen en minderjarigen, werden opgepakt en op onmenselijke wijze gemarteld.

De burgeropstand van 12 maart 2004 heeft zijn sporen nagelaten op de hele Syrische bevolking. Plots hoorden miljoenen Syriërs voor het eerst van het bestaan van Koerdische medeburgers in hun land. De pijnlijke gebeurtenissen en de gruwelijke beelden die de wereld werden ingestuurd, hebben veel sympathie onder de Syrische bevolking gewekt voor de Koerdische kwestie. Nationale persoonlijkheden en beroemdheden die zich gewoonlijk niet met de politiek bemoeiden, spraken zich nu openlijk uit voor een oplossing van het Koerdische probleem in Syrië. Onder deze stemmen klonk vooral de stem van Sheikh Mashouq Al-Khaznawi bijzonder luid, en dit had zijn goede redenen.

De 48-jarige Sheikh Mashouq Al-Khaznawi was een vooraanstaande Koerdische religieuze geleerde die bekend was om zijn opvallende standpunten. De charismatische en zeer populaire Sheikh was niet zomaar een geestelijke die haat predikte en tot geweld opriep. In tegendeel, hij was drager van boodschappen van religieuze tolerantie en verdraagzaamheid. Hij predikte dat de Islam en democratie geen vijanden waren maar samen konden gaan. Hij had eveneens uitgesproken meningen over de vrouwenrechten en dacht zelfs dat vrouwen imam moesten kunnen worden; een gedachte trouwens die door de meeste geestelijken als choquerend beschouwd wordt. We hebben hier in Europa meermaals de gelegenheid gehad om de Sheikh te ontmoeten tijdens zijn bezoeken aan het continent. Het kostte hem niet veel moeite om de harten en het verstand van velen onder ons voor zich te winnen. Maar dit was ons niet te lang gegund door het Baath-regime.

Het charisma en de populariteit van Sheikh Al-Khaznawi waren immers een bron van immense ergernis geworden voor de Syrische autoriteiten. Vooral omdat de Sheikh het politieke debat niet langer schuwde en zich openlijk uitsprak voor meer rechten voor de Koerdische minderheid en voor meer vrijheid en democratie in het land. De Baath-ideologie, nogal geïnspireerd door het nazi-gedachtegoed, zag meteen het gevaar in van een dergelijke persoon en het regime aarzelde dan ook niet om de Sheikh een halt toe te roepen. Op 10 mei 2005 werd Sheikh Mashouq Al-Khaznawi op mysterieuze wijze ontvoerd in hoofdstad Damascus. Het was ondanks de ontkenning meteen duidelijk dat de Syrische veiligheids-diensten achter de ontvoering stonden. Een golf van extreme onrust heerste onder de Koerdische bevolking om de verdwenen Sheikh en verscheidene protestbetogingen werden georganiseerd om zijn vrijlating te eisen. Hierbij vielen opnieuw tientallen doden en gewonden door het gewelddadige optreden van de Syrische veiligheidsdiensten.

Op 31 mei 2005 werd door de Syrische staatstelevisie bekendgemaakt dat Sheikh Mashouq Al-Khaznawi aan zijn verwondingen was overleden. De Syrische regering meende dat hij was gedood door een criminele bende die zijn lijk ver in de Syrische sahara had gedropt. Later liet een verklaring vanuit de regering weten dat de Sheikh door radicale Islamieten was ontvoerd en vermoord; deze zouden tegen zijn hervormingsvoorstellen gekant zijn. Alle feiten en gegevens wijzen er echter zonder twijfel op dat het Baath-regime zelf de Sheikh ontvoerd, gemarteld en vermoord heeft. Uit dit besef en met deze overtuiging barste een golf van woede en ongenoegen los onder de Koerden van alle delen van Koerdistan en eveneens in de Koerdische diaspora.

De algemeen heersende mening was dat deze misdaad niet zonder gevolg mocht verlopen en dat ze op allerlei democratische en vreedzame manieren moest worden veroordeeld. Met deze intentie kwam de spontane bestorming van de Syrische ambassade in Brussel tot stand. De bedoeling was om de aandacht van de internationale gemeenschap en media te trekken naar de laffe moord op Sheikh Al-Khaznawi in het bijzonder en naar de Koerdische zaak in Syrië in het algemeen.

We staan daarom versteld van het feit dat we vandaag berecht worden als misdadigers die hun misdaad dienen te verantwoorden en er de gevolgen van moeten dragen. En staat u ons toe om hier naar het begin van onze verdediging te verwijzen; naar de tekenen van ironie van het lot die we in deze zaak herkennen. We zijn ons land ontvlucht vanwege het onrecht dat ons werd aangedaan en hebben hier in Europa een veilig thuis gevonden. Uit appreciatie voor het welkome onthaal en erkenning van de kansen die we hier hebben gekregen om een nieuw leven te beginnen, hebben we van harte de taal geleerd en met veel inzet de integratie-uitdaging aangegaan. Inmiddels zijn velen onder ons ook staatsburgers geworden.

Hiertegenover kreunen onze families en vrienden in Koerdistan nog steeds onder het juk van het Baath-bewind. De onmenselijke onderdrukking en discriminatie hebben de laatste jaren bovendien gevaarlijke vormen aangenomen. En nog steeds geniet het Baath-regime onschendbaarheid. In plaats van het Baath-regime te veroordelen voor de ontelbare misdaden die het gepleegd heeft en blijft plegen jegens de Syrische bevolking, wordt hier ironisch genoeg een groepje slachtoffers opnieuw slachtoffer. En dit zou niet mogen gebeuren en hoort volgens ons niet thuis binnen het Belgische systeem dat gebaseerd is op rechtvaardigheid.

Mevrouw de rechter,

Onze actie had niets anders dan politieke intenties en vond niet plaats met de bedoeling om zomaar midden in de nacht een ambassade kort en klein te slaan. Om welke reden en met welke logica, vragen we ons trouwens af, zou een "bende misdrijvers" geduldig blijven wachten tot de politie ter plaatse komt om hen op te pakken en naar de gevangenis te leiden. We hebben gehandeld uit de overtuiging dat onrecht veroordeeld dient te worden en dat de internationale gemeenschap zijn verantwoordelijkheid moet opnemen ten aanzien van de onderdrukte Syrische bevolking. Onze spontane, vooraf niet geplande actie was niets meer dan een noodkreet naar de wereld toe om ons te hulp te snellen.

We verzoeken u daarom, mevrouw de rechter, om ons vrij te spreken van de beschuldigingen die ten onze laste worden gelegd. Zodoende laat u gerechtigheid geschieden.

Daarvoor alvast onze dank en appreciatie.



Him Omar, namens de beklaagden

Brussel, 21 januari 2010