Het dorpje Lalish in Koerdisch Irak is de zetel van de Jazidi’s, een eeuwenoude geloofsgemeenschap. Heel voorzichtig treedt deze groep uit haar isolement, en zo begint ook de strijd om haar erfgoed.
’Daar mag je niet in”, zegt het jongetje zacht. Hij wijst naar de tempel in Lalish waar kinderen worden gedoopt. Deze heilige plaats van de Jazidi’s, een religieuze sekte in Noord-Irak, is pas sinds kort toegankelijk voor buitenstaanders en wordt met uitsterven bedreigd.
Een warme wind waait over de marmeren binnenplaats. Oude bomen werpen hun schaduw over de poort die toegang biedt tot het Jazidi-heiligdom in Lalish, een dorpje in het Koerdische noorden van Irak. Drie vrouwen zitten op het bankje bij de tempel. Ze kijken argwanend naar de bezoekers. Hoewel de tempels nu ook door niet-gelovigen betreden mogen worden, is nog niet iedereen gewend aan vreemdelingen. Andersom is er vooral verwondering over de witte tempels die in het felle zonlicht baden, de klederdracht van de Jazidi’s, de stilte en de mystiek van deze plek.
Irak wordt in de media neergezet als de gevaarlijkste plek op aarde, het land van zelfmoordaanslagen en sektarisch geweld. Het noorden is echter veilig, en de Koerdische bergketens bevatten geheimen die het ontdekken waard zijn. Zoals de Jazidi’s, die zichzelf beschrijven als een eeuwenoude godsdienstige gemeenschap. Een godsdienst die zal uitsterven wanneer de regels niet veranderen. Zoals de geheimhouding van hun geloof, of hun wet dat er niet mag worden getrouwd buiten de groep.
Met de tijd is de gemeenschap voorzichtig opener geworden. De tempels mogen nu worden betreden, de filosofie en religieuze symboliek worden langzaam maar zeker onthuld. Maar met deze openheid is ook de strijd begonnen om de authenticiteit en het erfgoed van de groep te bewaren. Nu lijken de glanzende tempels in dit bergachtige gebied vlakbij de grens met Turkije nog deel uit te maken van een geheime, nog niet ontdekte wereld. Geheimen die ondergronds verborgen liggen.
Olielampjes werpen bewegende schaduwen op de muren. In de ondergrondse tempel is het koud en vochtig. Langs de wanden van de donkere grot staan stenen kruiken met olijfolie. Er heerst een overweldigende stilte. Het enige geluid komt van de blote voeten op de koude natte natuurstenen.
Voorzichtig moet er over de uitgehouwen drempels worden gestapt, die niet mogen worden aangeraakt. In het diepste van de tempel is het geheel donker. Af en toe licht het olielampje op, waarbij flarden van doeken te zien zijn. Wanneer de ogen gewend zijn aan het donker, is een kandelaar te zien met de afbeelding van een pauw. De rest van de ruimte blijft verborgen. Het gevoel komt op onderdeel te zijn van een eeuwenoud mysterieus geheim.
De pauw staat symbool voor Malek Taus, zo legt Pir Khider later uit, buiten de tempel. Khider is een vooraanstaand Jazidi en vertegenwoordiger in het parlement. Hij vertelt over de Jazidi-mythologie, die stelt dat God het universum en de mens creëerde met behulp van zeven engelen. „Toen het werk klaar was beval God zijn engelen te buigen voor de eerste mensen, Adam en Eva. Een van de engelen, Malek Taus, weigerde dit. Hij wilde slechts buigen voor God. De Jazidi’s geloven dat God hem daarna als hoogste engel in de hiërarchie plaatste.”
Het misverstand dat Malek Taus symbool staat voor de duivel leeft al lange tijd onder veel moslims in Koerdisch Irak. Het heeft grote gevolgen gehad voor de Jazidi’s, die vaak worden bestempeld als ’duivelaanbidders’.
Langzaam voert de afdaling steeds verder het ondergrondse heiligdom in. Glibberige traptreden leiden naar een kleine ruimte. Op de tast gaat de tocht verder, gebukt door een nauwe gang, dieper de tempel in. Het lopen wordt bemoeilijkt door de ongelijke gladde ondergrond. Plotseling klinkt het geluid van water. In deze nauwe, heilige grot diep onder de grond is daar ineens de heilige bron. Het water is ijskoud, en heerlijk om te drinken. Met de hand door het water worden wensen gedaan voor dierbaren.
Jazidi’s geloven in een allesomvattende God die ze aanbidden door zich te richten tot de zon, vertelt Pir Khider. Hun overlevering bevat overeenkomsten met zowel het mitraisme, het christendom, de islam, het jodendom, als met de leer van Zoroaster. Door hun geheime identiteit waren de Jazidi’s mysterieus maar ook omstreden.
Weer boven in de tempel sijpelt licht in het voorvertrek naar binnen. Kleden in verschillende heldere kleuren hangen langs hoge pilaren. In stilte wordt een wens gedaan bij het leggen van een knoop in de stof. Het licht wordt feller, er dringen geluiden door van buiten en de tempelpoort is weer in zicht. De bezoekers zijn stil geworden.
Pir Khider wacht op de zonovergoten binnenplaats. Zijn titel ’Pir’ verwijst naar de hoge kaste die hij in de Jazidi-gemeenschap bekleedt. Op een afstandje kijken zijn bodyguards toe onder het genot van zoete thee en zure melk.
„Vroeger leefden we geïsoleerd”, vertelt hij. „Om de traditie te behouden, maar ook omdat we bang waren voor de buitenwereld. Langzaam maar zeker worden we opener. Dat is nu noodzakelijk geworden om ons bestaan te garanderen.’’ Een ding is duidelijk: onbekend is onbemind. Jazidi’s zijn eeuwenlang vervolgd uit onbegrip of haat. Omdat zij de duivel zouden aanbidden, of omdat zij gesloten en anders waren.
„Jazidi’s geloven niet in de duivel. Wij geloven dat goed en kwaad in een mens besloten liggen. Als er geen donker is, is er ook geen besef van licht. God gaf de mens verstand en gevoel. Het verstand geeft mensen rationele ideeën, het hart gaat enkel op gevoel af en dat veroorzaakt problemen. Het is aan de mens te kiezen welke kracht hij wil volgen.’’
Pir Khiders ogen glimmen. Hij geniet ervan om over zijn religie te praten. „God is niet boven ons, maar om ons heen. Jazidi’s zien God in alles.
In de zon, de regen, de wind, planten, dieren. Wij geloven dat elk aspect van de natuur een eigen ’hoeder’ heeft, en dat die samenkomen in een God.’’
Er is nog veel onbekend over de geschiedenis en overlevering van de Jazidi’s. Daarom leidt hij nu het Lalish onderzoekscentrum in de nabijgelegen Koerdische stad Duhok. Zowel om geïnteresseerde buitenstaanders voor te lichten, als om de traditie en cultuur te behouden.
Op het bankje naast Pir Khider zit een man met een volle baard. Hij hoort tot de familie van tempelbewakers. Met zijn traditionele Jazid-kleding ziet hij eruit als iemand uit n andere tijden. Hij staart voor zich uit en spreekt niet. Hij lijkt niet erg gesteld te zijn op vreemden. Over de binnenplaats lopen vrouwen in lange gewaden. Hun rokken bewegen soepel mee als zij over de witte marmeren tegels lopen.
Hoewel Jazidi’s hun best doen om hun authenticiteit te bewaren, blijft de religieuze en etnische minderheid niet afgeschermd van moderne ontwikkelingen. Ook Jazidi’s hebben hun plaats moeten innemen in de politiek om hun belangen te behartigen. Ze leven niet meer samen in dorpen, maar zijn over de wereld verspreid. Er zijn nog dorpen waar Jazidi’s in de meerderheid zijn, maar velen, vooral veel jongeren, zijn naar de steden vertrokken of geëmigreerd op zoek naar werk.
„De Jazidi’s zijn bang voor de toekomst’’, zegt Pir Khider. „Bang om hun traditie te verliezen en bang om slachtoffer te worden van fundamentalisme. Niet alleen voor aanslagen door radicale moslims, maar ook voor radicalisering binnen de eigen gemeenschap. Daarom moeten er dingen veranderen, zoals het openstaan voor de wereld die soms zo ver af lijkt te staan van de onze.’’
Met de zoete thee, de zachte gesprekken en de stilte die in deze plaats heerst, waant ook de bezoeker zich onderdeel van de eeuwenoude mystiek. Verborgen in de hoge bergen, sluimert deze heilige plaats in de warme namiddag zon. Dan pakt de tempelbewaker die net nog in de diepte staarde zijn mobieltje. De moderne tijd is ook hier allang aangebroken. Zou hij een sms’je hebben?
Bron: http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/article2875251.ece/Met__tegenzin__zetten_de_Jazidi_rsquo_s_hun_deur_open_.html
| < Prev | Next > |
|---|